Infraroodfoto´s interpreteren

Met alleen een warmtebeeldcamera (infraroodcamera) kun je nog geen goede foto’s maken. Het interpreteren van infraroodfoto’s is namelijk niet altijd even gemakkelijk. Maar al te vaak worden schijnbare afwijkingen op IR-foto’s onterecht als afwijking gezien. Niet voor niets moet een thermograaf een stevige opleiding hebben doorlopen.

Alle objecten zenden infrarood straling uit die varieert aan de hand van de oppervlaktetemperatuur van dat object. Het stralingsbeeld van het object kan worden geregistreerd met behulp van een infrarood camera. Die koppelt aan elke temperatuur een kleur of kleurhelderheid waarmee het mogelijk is geworden een visueel aantrekkelijk plaatje te maken van de temperatuurverdeling. In de bouwkundige thermografie heeft isolatiecontrole van de thermische schil alleen zin wanneer er tussen binnen en buiten een aanzienlijk temperatuurverschil is, liefst zo’n 20 graden. In de praktijk liggen deze temperaturen dan ook vaak rond het vriespunt. Daarbij moeten weersomstandigheden zoals te veel wind, zon en/of regen worden vermeden.

Belangrijk bij de interpretatie van infraroodfoto’s is de emissiecoëfficiënt. Dit materiaalafhankelijke aspect zorgt ervoor dat oppervlakken een andere temperatuur lijken te hebben door meer of minder reflectie van omgevingstemperaturen. Zo lijkt het gevelvlak van een hoog gebouw, gezien vanuit het standpunt van de fotograaf, op hoger gelegen delen een lagere temperatuur te hebben dan de delen daaronder. Dit komt omdat bij het omhoog richten van de camera er relatief veel reflectietemperatuur van de erboven gelegen koude hemel wordt meegenomen. Het bovenstaande kan in de praktijk deels worden voorkomen door te werken bij een bewolkte hemel.

Als je al de atmosferische wensen en eisen op een rij zet lijken er weinig dagen meer over te blijven om te werken. Ga maar na: geen zon, geen regen, niet te veel wind, liefst bewolkt en temperaturen rond het vriespunt. En met name het temperatuurverschil is van belang. Wanneer je, zoals menig camerafabrikant beweert, bij een temperatuurverschil van zo’n 10 graden probeert om goede bouwkundige analyses te maken, dan kom je al snel bedrogen uit.