Meten van installatiegeluid

Er worden eisen gesteld aan de geluidhinder die installaties in gebouwen mogen veroorzaken.
Voorbeelden van installaties zijn de verwarming, de ventilatie, de spoelinrichting van een toilet maar ook een gemeenschappelijke lift.

ISOVAST meet installatiegeluid volgens NEN 5077 en aan de hand van het Bouwbesluit of bestekseisen. Hiervoor maken wij gebruik gemaakt van een RvA gekalibreerde akoestisch analyser (Rion NA-28). Met behulp van verschillende metingen waarin ook de nagalmtijd wordt meegenomen kan het eindresultaat worden berekend. De grootheid waarin we op dit moment het gemeten installatiegeluid uitdrukken heet het karakteristieke installatiegeluidniveau LI,A,k.

Wettelijk gezien is er in het nieuwe Bouwbesluit e.e.a. veranderd ten aanzien van installatiegeluid. Waar het in Bouwbesluit 2003 alleen nog ging over installaties buiten de woning is in Bouwbesluit 2012 vastgelegd dat ook geluidhinder aan installaties binnen de eigen woning beperkt moet worden. Het karakteristieke installatiegeluidniveau mag in een verblijfsgebied niet meer dan 30 dB(A) bedragen.

Klik hier voor achtergrondinformatie over installatiegeluid.

geluidmeter