Wettelijke eisen en het meetproces

De maximaal toegestane luchtdoorlatendheid van een woning of ander gebouw is meestal vastgelegd in het Bouwbesluit en in een verplichte energie-efficiency berekening, de EPC-berekening. Bij de aanvraag van een bouwvergunning is in de EPC-berekening de beoogde ambitie voor infiltratie (= luchtlekkage) vooraf rekenkundig vastgelegd met de zogenaamde Qv;10-waarde. Een andere en meer internationaal toegepaste manier om de hoeveelheid luchtlekkage uit te drukken zijn de n50-waarde en de q50-waarde.

De Nederlandse Qv;10-waarde wordt bepaald volgens NEN 2686. De beide andere grootheden dienen te worden bepaald volgens EN 13829. In de rapportages van ISOVAST zijn altijd alle grootheden terug te vinden, onafhankelijk van de toegepaste meetnorm. De meetnorm NEN 2686 is aangewezen in het Bouwbesluit voor het bepalen van de luchtdichtheid. In de onderstaande meetgrafiek is te zien hoe het lekkagedebiet kan worden afgelezen bij 10 Pascal drukverschil. De rode punten zijn de resultaten van losse metingen bij verschillende drukken. De lijn die door deze punten getrokken kan worden is een maat voor het lekkagevolume bij elke denkbare gebouwdruk. Door het lekkagedebiet bij 10 Pascal (snijpunt van de lijn bij 10 Pascal) vervolgens te delen door de gebruiksoppervlakte van de woning of het gebouw wordt de Qv;10-waarde verkregen. De Qv;10-waarde is dus eigenlijk een verhoudingsgetal: de hoeveelheid luchtlekkage per vierkante meter gebruiksoppervlakte bij 10 Pascal drukverschil.

Meetgrafiek_luchtdichtheidsmeting_2.jpg

Nog niet zo lang geleden werd in bouwbestekken als Qv;10-waarde vaak de waarde 1,00 dm3/s.m2 (liter per seconde per vierkante meter gebruiksoppervlakte) aangehouden. Een scherpere waarde werd vereist bij gebalanceerde ventilatiesystemen, namelijk 0,625. Maar gezien de toenemende belangen door een steeds scherpere EPC-eis worden tegenwoordig waarden als 0,40 of lager gevraagd. Voor passiefbouw is dat zelfs 0,15.
Bij een Qv;10-waarde van 0,40 of kleiner moet je er rekening mee houden dat je als aannemer bijzondere voorzieningen moet gaan treffen om deze mate van luchtdichtheid te bereiken (of belangrijker nog: te behouden).

De n50-waarde uit EN 13829 kan uit bovenstaande grafiek worden verkregen door het lekkagedebiet te bepalen bij 50 Pascal en dit vervolgens te delen door de inhoud van het gebouw in kubieke meters. Ook de n50-waarde is daarmee een verhoudingsgetal: de hoeveelheid luchtlekkage per kubieke meter inhoud bij 50 Pascal drukverschil. Indien je niet een inhoudsafhankelijke waarde wil hebben maar een die afhankelijk is van het aantal vierkante meter thermische schil is er nog de q50-waarde. Daarvoor deel je het lekkagedebiet bij 50 Pascal door het aantal vierkante meters oppervlakte van daken, vloer en gevels (de oppervlakte van de thermische schil).

Los van de EPC-berekening is er in het Bouwbesluit nog een uitspraak dat een woning of gebouw onder de 500 m3 inhoud niet meer dan 200 dm3 per seconde mag verliezen bij een drukverschil van 10 Pascal (bij grotere gebouwen mag die ondergrens groter zijn). Deze absolute eis is dermate groot dat daar met een hedendaagse EPC-berekening altijd aan voldaan wordt. In de praktijk wordt daarom alleen naar de Qv;10-waarde in de EPC-berekening gekeken.

 

Het meetproces
Om u enig inzicht te geven hoe een blowerdoormeting kan verlopen lichten we hier het meetproces in grote stappen toe. Als voorbeeld nemen we een woning. Voor grotere utiliteitsgebouwen gelden in de basis dezelfde stappen maar daar zal onze meettechnicus om uiteenlopende redenen af kunnen wijken van het hier beschreven proces.

 

Het meetprotocol zoals hieronder is beschreven is voor beide hierboven genoemde normen nagenoeg gelijk.
  1. Open alle binnendeuren en sluit alle ramen, ventilatieroosters en buitendeuren af
  2. Sluit alle ongebruikte dak- en geveldoorvoeringen (bijv. afvoerkanalen) af
  3. Kies een geschikte plek om de blowerdoor op te stellen
  4. Leg meetslangen neer om de binnen- en buitenluchtdruk te kunnen registreren
  5. Noteer de binnen- en buitentemperatuur t.b.v. een temperatuurscorrectie van de meetwaarden
  6. Meet het statische drukverschil tussen de woning en buiten met afgesloten ventilator opening
  7. Zet de ventilator in werking en meet het lekkagedebiet bij onderdrukken van achtereenvolgens 80, 70, 60, 50, 40, 30 en 20 Pascal
  8. Doe weer hetzelfde, maar dan bij overdruk
  9. Check opnieuw het statische drukverschil tussen de woning en buiten met afgesloten (en dus stilstaande) ventilator

 

Na dit genormeerde meetproces komt er een grafiek beschikbaar zoals hierboven wordt getoond. De woning dient overigens, voordat een luchtdichtheidsmeting kan worden uitgevoerd, volledig afgebouwd te zijn. Voorwaarden voor een nauwkeurige meting is dat de windsnelheid rondom de woning beperkt is. Vanaf windkracht 3 tot 4 kunnen turbulentie rondom de woning de nauwkeurigheid van de meting nadelig beïnvloeden. Ook mag het statische luchtdrukverschil tussen de woning en buiten voor en na de meting niet te groot zijn. Om die reden kan het soms een keer voorkomen dat de meting moet worden afgelast.

Blowerdoortest_expositieruimte.JPG

 

Naar vorige pagina