Zin en onzin van thermografie

Opdrachtgevers zouden bij thermografische inspecties het liefst van een thermograaf willen weten welke Rc-waarde er op elk plekje van de thermische schil aanwezig is. Dat is vooral het geval als er afwijkingen op de foto’s zichtbaar zijn. Dit is in de praktijk echter nagenoeg onmogelijk.

Alhoewel thermografie in theorie uitstekend geschikt is om absolute metingen mee uit te voeren gaat dat voor bouwkundige thermografie in de meeste gevallen niet op. Dit komt door de veelheid aan verstorende factoren die in het open veld aanwezig zijn. Hieronder staan er een aantal genoemd:

• Vocht (afkoeling door verdamping)
• Wind
• Zonneschijn (ook de dag ervoor meerekenen)
• Heldere lucht (geeft afwijkende temperatuur door reflecties)
• Binnentemperatuur (is deze al langere tijd stabiel?)
• Exfiltratie (opwarming door luchtstroom uit de woning)

Thermografie is als instrument voor de controle van de thermische schil optimaal inzetbaar, maar er kan gezien het bovenstaande alleen een relatief oordeel mee worden gevormd. Dat betekent dat alleen de onderlinge verhoudingen in het kleurenbeeld van de foto van nut zijn. Het is daarbij aan de thermograaf om dit kleurenbeeld zodanig in te stellen dat de opdrachtgever een zo eerlijk en gedetailleerd mogelijk beeld van het gebouw verkrijgt. Ook is het aan de thermograaf om elke visuele afwijking te verklaren in een voor leken begrijpelijke tekst.